# Kleurensymboliek

Wie vandaag leest dat keel voor moed staat, sinopel voor hoop en sabel voor rouw, leest de verre echo van één laatmiddeleeuws boekje.

Zekerheid van dit lemma: vastgelegd
Canonieke URL: https://cms.loeff.nl/heraldiek/begrip/kleurensymboliek/

## Laag 1 · Symbolische betekenis en duiding

Zekerheid van deze laag: folklore

De juiste plaats van Sicille en zijn navolgers is daarmee niet dat zij waardeloos zijn, maar dat zij bron zijn voor iets anders dan zij beloven. Zij verklaren geen wapens; zij documenteren hoe het vijftiende-eeuwse hof over kleuren dacht, en zij zijn waarschijnlijk het oudste en in elk geval het invloedrijkste vertrekpunt van de latere populaire kleurenduiding, gezien de reeks herdrukken, vertalingen en navolgers tot in de negentiende-eeuwse wapenboekjes; een sluitende afstammingslijn naar de hedendaagse lijstjes is niet in een bron vastgelegd [onzeker]. Elke bewering in dit naslagwerk die op deze traktatenlaag teruggaat, draagt daarom het merkteken [folklore], met dit hoofdstuk als verantwoording.

## Laag 2 · Historische oorsprong en evolutie

Zekerheid van deze laag: onzeker

Wie vandaag leest dat keel voor moed staat, sinopel voor hoop en sabel voor rouw, leest de verre echo van één laatmiddeleeuws boekje. Le Blason des Couleurs en armes, livrées et devises is geschreven door een heraut met de ambtsnaam Sicille, wapenmaarschalk van Henegouwen en titulair heraut van Alfons V van Aragon, koning van Napels en Sicilië. Dat het werk tussen 1435 en 1458 te Bergen (Mons) in Henegouwen ontstond, is waarschijnlijk op grond van de argumentatie van de negentiende-eeuwse uitgever Cocheris, die de sterfdatum van die koning als bovengrens hanteert; het is een redenering, geen gedocumenteerd feit. Cocheris drukt die sterfdatum als 17 juni 1458, terwijl Alfons V op 27 juni 1458 te Napels stierf, en hij tekent zelf aan dat de overgeleverde tekst is bijgewerkt en dat de herautstitel louter erenaam kan zijn. In de moderne literatuur wordt de heraut Sicille bovendien geïdentificeerd met Jean Courtois, overleden in 1436, wat de datering verder onzeker maakt [onzeker] (noot 85). Het werk bestaat uit twee delen, over het blazoeneren van kleuren in wapens en over kleuren in livreien en deviezen daarbuiten; Cocheris oordeelde dat het eerste deel “een zonderling mengsel van onwetendheid en pedanterie” is, samengeflanst uit Plinius, de Bijbel, Isidorus van Sevilla en kerkvaders (noot 86).


De kern van het systeem is een web van correspondenties. Er zijn zeven kleuren, die met deugden, edelstenen, levensfasen, temperamenten, elementen, planeten en weekdagen worden verbonden: goud met adeldom, de topaas, de adolescentie en de zondag; zilver met reinheid, de parel, de kindertijd, het water, de maan en de hoop; keel met dapperheid, de robijn, het vuur en de zomer; azuur met trouw en wetenschap, de saffier en de lucht; sinopel met blijdschap, schoonheid, de smaragd, de jeugd tot dertig jaar, Venus en de lente; sabel met droefheid, de diamant, de ouderdom en Saturnus; purper met overvloed en de genade van God (noot 24). Het genre werd een succes: het boekje werd in de zestiende eeuw herhaaldelijk herdrukt (edities van onder meer 1530 en 1582 zijn bewaard) en in 1606 in het Italiaans vertaald als Trattato dei colori nelle arme (noot 87). De glasschilder Jérôme de Bara zette de traditie voort in Le blason des armoiries, dat omstreeks 1579–1581 te Lyon voor het eerst verscheen en daarna meermalen werd herdrukt tot in het begin van de zeventiende eeuw; welke van beide drukken de eerste is, staat niet vast [onzeker]. Het geeft per kleur dezelfde soort lijsten; dat De Bara purper aan Jupiter en de donderdag koppelt waar Sicille Mercurius en de zaterdag geeft, toont hoe weinig vast het stelsel in werkelijkheid was (noot 53). In Engeland kreeg dezelfde denktrant gestalte in het edelsteen- en planetenblazoen dat via Gerard Leigh en Guillim tot in de achttiende eeuw meeging (noot 16).


Tegenover deze traktatenlaag staat de wetenschappelijke kritiek, die ouder is dan men denkt. Rietstap veroordeelde al in 1884 de “fantaisies niaises” van de geleerden van “de laatste twee eeuwen” – vanuit 1884 gerekend de achttiende en de negentiende – die de heraldiek tot kinderspel hadden gemaakt (noot 88). Woodward formuleerde in 1896 het kernbezwaar, in polemische bewoordingen: de oude armoristen vulden hun traktaten met deugdenlijstjes om hun onwetendheid over de werkelijke geschiedenis te maskeren, en “at no time, and in no country, were the moral qualities of the bearer indicated by the tinctures or charges of the shield”; het stelsel was bovendien onverenigbaar met de eeuwenlange praktijk om jongere takken juist door kleurwisseling te onderscheiden (noot 40). Die volstrekt absolute formulering is Woodwards eigen uitspraak uit 1896 en berust op een redenering, niet op een telling; het draagvlak voor het bezwaar komt van de zorgvuldiger analyse van Pastoureau. Fox-Davies noemt aanpalende constructies “pleasant little insanities” en wijst het zoeken naar verborgen betekenissen aan als de beroepsfout van de oudere schrijvers (noot 89). Pastoureau ten slotte heeft de verhouding op scherp gesteld: de kleuren van echte wapens zijn in de eerste plaats denotatief, zij duiden identiteit en verwantschap aan; connotatie, betekenisspel met kleuren, is aantoonbaar werkzaam in de literaire en imaginaire heraldiek, maar wie voor de wapens van werkelijke families een vaste kleurensymboliek zoekt, hanteert “een vaag begrip waarvan men zich veel te gemakkelijk bedient” (noot 3, noot 41).

## Noten

De nootnummers volgen het bronhoofdstuk van het naslagwerk (06-deel-iii-kleuren-metalen-en-pelswerken.md).

3. M. Pastoureau, “Formes et couleurs du désordre: le jaune avec le vert”, Médiévales 4 (1983), blz. 62–73, aldaar blz. 68 (abstracte kleuren; “la « symbolique » des couleurs (notion vague dont on use et abuse)”). https://www.persee.fr/doc/medi_0751-2708_1983_num_2_4_921
16. Woodward en Burnett, Treatise, deel I, 1896, blz. 72 (“absurd pedantries”, tabel planeten en edelstenen, “as late in date as Guillim”); Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 77 (“this aberration of intellect”; sanctie door Guillim).
24. Sicille, Le Blason des Couleurs en armes, livrées et devises, ed. H. Cocheris, Parijs 1860, préface blz. IX en X (samenvattend overzicht van de correspondenties per kleur, met “L’argent répond aux vertus de pureté et de justice, aux perles, à l’âge de l’enfance, au tempérament flegmatique, à l’eau, à la lune, à l’espérance et au jour de lundi”); blz. 57–58 (tabellen: alternatieve deugdenlijst, edelstenen, levensfasen met “Sinople. Jeunesse, jusques à trente ans”, complexies en elementen); blz. 65 (de zeven deugden met “Argent. Espérance”, en de weekdagentabel); blz. 66 (jaargetijden). Archive.org: leblasondescoul00sicigoog, https://archive.org/details/leblasondescoul00sicigoog
40. Woodward en Burnett, Treatise, deel I, 1896, blz. 68 (sabel als quasi-pelswerk “a mere fad”; zijn etymologische ontkenning “this sable of commerce has not the smallest connection with the heraldic tincture”; het symboliek-citaat “at no time, and in no country, were the moral qualities of the bearer indicated by the tinctures or charges of the shield”, blz. 68–69, een polemische uitspraak zonder bewijsvoering). Als tijdgenoot-tegenwicht bij de etymologie: Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 77, die de verwantschap juist bevestigt (“diamond or ‘zobel’ (sable, the animal, whence the word ‘sable’)”).
41. Pastoureau, “Formes et couleurs du désordre”, 1983, blz. 65–66 (Palamedes: “échiqueté parce qu’équivoque; argent (blanc) parce que loyal […]; sable (noir) parce que d’origine païenne”; denotatieve en connotatieve functie van wapens, noot 15).
53. Jérôme de Bara, Le blason des armoiries, hier geraadpleegd in de editie Lyon 1604 (Jean de Gabiano en Samuel Girard); de eerste druk verscheen te Lyon omstreeks 1579–1581 [onzeker welke van beide de eerste is]. De aanduiding van De Bara als glasschilder (peintre-verrier) is niet tegen een afzonderlijke vindplaats getoetst [onzeker]. Hoofdstuk over pourpre (purper verbonden met “attrempance”, overvloed en “grâce de Dieu”, met Jupiter en de donderdag). Archive.org: bub_gb_UHy7oxYBnwQC, https://archive.org/details/bub_gb_UHy7oxYBnwQC; vergelijk Sicille, ed. Cocheris 1860, préface blz. X (purper met Mercurius en de zaterdag).
85. Sicille, ed. Cocheris 1860, préface blz. XVII en XVIII: “Quant au Blason des Couleurs, il a dû être composé à Mons, entre les années 1435 et 1458 … La mort du roi Alphonse V, arrivée à Naples le 17 juin 1458, prouve nécessairement que le Blason des Couleurs n’a pu être composé postérieurement”, en “L’auteur du Blason des Couleurs était en outre maréchal d’armes du Hainaut”; proloog en colofon van het werk zelf (residentie te Mons; “composé par Sicille, hérault du roy Alphonce d’Aragon”). Dit is Cocheris’ redenering, geen gedocumenteerde datering: hij tekent zelf aan dat de overgeleverde tekst is bijgewerkt en dat de herautstitel “purement honorifique” kan zijn. Alfons V stierf op 27 juni 1458, niet op de door Cocheris gedrukte 17 juni. De moderne identificatie van de heraut Sicille is Jean Courtois, overleden 1436 [onzeker].
86. Sicille, ed. Cocheris 1860, préface blz. VIII en IX (tweedeling van het werk; oordeel “un mélange bizarre d’ignorance et de pédanterie”; compilatie uit Plinius, de Bijbel, Isidorus van Sevilla en anderen).
87. Edities: Le blason des couleurs, 1530 (archive.org: LeBlasonDesCouleursEnArmes1530 en le-blason-des-couleurs-en-armes) en 1582 (archive.org: LeBlasonDesCouleursEnArmes1582); Italiaanse vertaling: Trattato de i colori nelle arme, nelle livree, et nelle divise, 1606 (archive.org: trattatodeicolor00sici).
88. Rietstap, Armorial Général, deel I, 1884, Préface (“les fantaisies niaises des savants des deux derniers siècles qui en avaient fait un enfantillage indigne de l’attention des hommes sérieux”). Vanuit 1884 gerekend zijn “de laatste twee eeuwen” de achttiende en de negentiende.
89. Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 72 (abatements als “pleasant little insanities”) en blz. 238 (over de dubbelkoppige adelaar: “the habit of earlier writers to find or provide hidden meanings and symbolisms when no such meanings existed”).
