Heraldiek Element Tinctuur Natuurlijke kleur

vastgelegd

Natuurlijke kleur

Engels: proper · Frans: au naturel · Duits: Naturfarbe

De natuurlijke kleur onttrekt een figuur aan het tinctuurstelsel: het voorwerp wordt afgebeeld zoals het er in werkelijkheid uitziet.

Laag 2

Historische oorsprong en evolutie

vastgelegd

De natuurlijke kleur (Engels: proper; Frans: au naturel; Duits: Naturfarbe) onttrekt een figuur aan het tinctuurstelsel: het voorwerp wordt afgebeeld zoals het er in werkelijkheid uitziet. De Court of the Lord Lyon omschrijft proper in vier woorden als “the colour in nature” (noot 104); Woodwards glossarium geeft dezelfde gelijkstelling met het Franse au naturel en verwijst voor de onbedekte huid door naar carnation (noot 106). Naast natuurlijke kleur komt in Nederlandstalige blazoenen ook de kortere vorm natuurkleur voor (noot 113). Rietstap noemt haar de enige nevenkleur “die van zeer algemeen gebruik is” (noot 54), en die vaststelling uit 1875 geldt onverkort voor de hedendaagse Nederlandse en Vlaamse verleningspraktijk.

Dat de categorie in de oudste wapens ontbreekt, heeft een reden die in het doel van het stelsel ligt. Rietstap zet haar in 1875 uiteen: halve of twijfelachtige tinten zouden ineenvloeien, en een leeuw in zijn geelachtige eigen kleur zou in een gouden veld op afstand niet van dat veld te onderscheiden zijn geweest. “Men stelde dus als regel vast, dat voorwerpen van eene twijfelachtige kleur die wapenkleur behoorden te dragen, die het naast bij de natuurlijke kwam” (noot 105). Vandaar dat de leeuw rood of zwart werd in een gouden veld en goud in een veld van kleur, dat wolf en vos rood of zwart werden geschilderd, herten, reeën en najaarsbladeren rood, en daken van huizen en kastelen rood, blauw of goud (noot 105). De middeleeuwse heraldiek vertaalde de natuur dus in het gesloten palet in plaats van haar te kopiëren. Fox-Davies stelt in 1909 kortweg vast dat de natuurlijke kleur in de zeer oude wapens niet wordt aangetroffen, en ontraadt het gebruik (noot 62).

Dat “natuurlijk” in het blazoen een afspraak is en geen waarneming, blijkt uit een aantekening van Rietstap zelf. Bij de morenkop merkt hij op dat die altijd zwart wordt afgebeeld en dat men juist dát hier de natuurlijke kleur, au naturel, noemt (noot 111). Menselijke ogen zijn bij hem “meestal van natuurlijke kleur”, zoals in het wapen Heshuysen uit Holland: in azuur twee mensenogen van natuurlijke kleur naast elkaar; verder verzamelt zijn wapenboek onder meer een kerkje, een klimmende bever en een aantal mythologische figuren in natuurlijke kleur (noot 111). Wie proper leest, leest dus niet wat de natuur toont maar wat de tekentraditie voor natuurlijk laat doorgaan.

Laag 3

Regels, varianten en regionale verschillen

niet gevonden

De categorie veronderstelt een schilderwijze die de vroege heraldiek niet kende, en zij komt dan ook op met de pictorialisering van het wapen. Woodward wijst voor die doorbraak naar Spanje: daar liep de heraldiek uit in wat hij de landschapsstijl noemt, met kastelen die uit de golven oprijzen en met de wapens die aan Columbus en Cortez werden verleend, waarin steden met torens en met palmen begroeide eilanden de plaats innemen van de conventionele figuren die voor vroeger tijden hadden volstaan; het wapen van de stad Madrid, met zijn beer die tegen de stam van een boom klimt, alles van natuurlijke kleur, hoort in diezelfde reeks (noot 108). Voor de Britse heraldiek wijst Fox-Davies op de vermeerderingen van het einde van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw, waarin een schildhoofd met een fort, een schip of een wapenfeit gebruikelijk werd, en op wapens met een “landscape field” als dat van Franco, later Lopes; hij tekent daarbij aan dat de landschapsvariant in Duitsland gewoner is dan in Engeland (noot 109). Zijn afschrikwekkende voorbeelden zijn de tot in de vachtkleur geblazoeneerde paarden van de helmtekens en schildhouders (noot 62). Dat de arcering pas laat een teken voor de natuurlijke kleur kreeg, past in dat beeld: Ströhl voert het op als laatste van een reeks latere toevoegingen die hij “eine ziemlich überflüssige Bereicherung” [hertaling: een tamelijk overbodige verrijking] noemt, met als sluitstuk “i. Naturfarbe überhaupt”; Fox-Davies merkt van diezelfde reeks aan dat zij in moderne tijd is bedacht en buiten Duitsland nooit is gebruikt (noot 110, noot 59). Een vroegst dateerbaar blazoen waarin au naturel of proper voorkomt, kon voor dit hoofdstuk niet worden vastgesteld [niet gevonden].

Wanneer mag een figuur au naturel heten? Woodward geeft de hoofdregel: gewone figuren zoals vogels, dieren en vissen, bloemen en bomen worden dikwijls in hun natuurlijke kleuren afgebeeld en dan als proper geblazoeneerd, maar bij voorwerpen die in meer dan één kleur bestaan is dat niet genoeg. Bij rozen, die rood of wit kunnen zijn en toch proper, hoort de tinctuur alsnog te worden vermeld om dubbelzinnigheid te vermijden (noot 106). Fox-Davies scherpt dat aan naar de tekenaar: wie proper leest, moet de werkelijke tonen aanhouden zonder ze naar een heraldische tinctuur toe te trekken, en waar een natuurlijk dier in verschillende kleuren voorkomt is het gebruikelijk die te beschrijven, “for the term ‘proper’ alone would leave uncertainty” [hertaling: want de term proper alleen zou onzekerheid laten bestaan] (noot 62). Zijn eigen voorbeelden zijn het helmteken van de familie Lane met een aardbeischimmel, verleend ter herinnering aan de vlucht van Karel II na de slag bij Worcester, en de schildhouders van Lord Cowper en Lord Newlands, waarvan bles, manen, staart en zelfs de witte voeten in het blazoen staan (noot 62).

Met de kleurregel verhoudt de natuurlijke kleur zich als uitzondering: zij mag zowel op metaal als op kleur worden gelegd, een vrijstelling die zij met purper en de pelswerken deelt en die in hoofdstuk 03 wordt behandeld (noot 107, noot 50). Fox-Davies voegt er een verfijning aan toe die in de praktijk telt: het is juist, al is het ongewoon, dat een figuur die proper is geblazoeneerd maar in een erkende heraldische kleur wordt getekend op kleur staat, mits zij dan ook werkelijk als proper wordt geblazoeneerd (noot 107). Het Duitse taalgebied heeft die uitzondering het verst uitgewerkt: het palet noemt naast de natuurlijke kleur ook vleeskleur, aardkleur, waterkleur en bloedrood, elk met een eigen arcering, precies de reeks die Fox-Davies voor Groot-Brittannië afwijst (noot 59). Rietstap laat op zijn opsomming van de nevenkleuren een oordeel volgen dat de negentiende-eeuwse Nederlandse blik op dat Duitse palet weergeeft: de Duitsers, schrijft hij, bezitten van alle natiën de buitensporigste en onregelmatigste heraldiek en bezigen daarom nog een aantal andere tinten; dat is een waardering van 1875 en geen bevinding (noot 105).

Laag 4

Beroemde voorbeelden

vastgelegd

De hedendaagse Nederlandse praktijk aanvaardt de natuurlijke kleur zonder omhaal. Het wapen van Den Haag werd bij Koninklijk Besluit van 19 oktober 1954 opnieuw beschreven als “In goud een stappende ooievaar van natuurlijke kleur, houdend in deszelfs bek een paling van sabel”; het wapen van de gemeente Zuidplas, verleend bij Koninklijk Besluit van 22 maart 2011, heeft als schildhouders “twee aanziende leeuwen van natuurlijke kleur staande op een grasgrond van sinopel”; en het al in 1898 aan de gemeente Kessel verleende wapen geeft de Heilige Maagd met “aangezicht en handen van natuurlijke kleur” (noot 112). De Hoge Raad van Adel trekt tegelijk een grens, niet bij de kleur maar bij het naturalisme van de figuur: in zijn advies voor de nieuwe gemeente Hollands Kroon oordeelde de Raad in 2011 dat “een natuurlijke waterlelie […] minder geëigend [is] om als wapenfiguur te gebruiken”, en vertaalde hij het kroonmotief van de waterlelie heraldisch in een gekroonde leeuw (noot 112). De natuurlijke kleur wordt dus toegelaten waar zij van oudsher dienst doet, bij onbedekte huid, bij schildhouders en bij voorwerpen zonder eigen heraldische vorm, terwijl naturalisme als ontwerpbeginsel wordt tegengehouden; die samenvatting is duiding en staat in die vorm niet in het jaarverslag.

In Vlaanderen is het beeld hetzelfde. Het wapenregister van de Vlaamse Heraldische Raad bevat het gemeentewapen van Bocholt, van 9 mei 1979, met Sint Laurentius “vergezeld van een beuk in natuurkleur”; dat van Hove, van 3 december 1997, met in het schildhoofd “drie oranjeappels van natuurlijke kleur, gebladerd van sinopel”; en het persoonswapen dat op 1 maart 2019 aan Herman Balthazar werd verleend, met “twee bonte ganzenveren van natuurlijke kleur” (noot 113). In al deze gevallen betreft de natuurlijke kleur een bijfiguur, een schildhouder of een onderdeel, nooit het veld; die regelmaat is afgelezen aan het register en wordt door de Raad zelf niet als regel geformuleerd.

Een valkuil in de vertaalpraktijk signaleert Rietstap: Franse wapenboeken geven het Engelse proper, afgekort ppr., stelselmatig verkeerd weer als pourpre (noot 63). Voor het wapen Loeff heeft de natuurlijke kleur geen betekenis: het blazoen benoemt elk bestanddeel binnen het gesloten palet, tot en met de adelaar, die van sabel is en niet van natuurlijke kleur (noot 27). Als tegenvoorbeeld dient de Stiermarkse panter uit de paragraaf over sinopel: dat vlammenspuwende dier komt in de natuur niet voor, zodat proper er niet op van toepassing kan zijn (noot 46). Goede afbeeldingen: de Commons-categorie Proper (natural colors in heraldry), die vrijwel uitsluitend via haar dertig subcategorieën werkt, en voor de onbedekte huid Carnation (skin color in heraldry) met drieëntwintig bestanden (noot 117).

Noten

  1. 27. Rietstap, Armorial Général, tweede druk, deel II, Gouda 1887, blz. 88–89, lemma Loeff (Heusden, Breda), verbatim: “(Conc. d’arm., 28 août 1556.) De sin. à trois fleurs-de-lis mal-ordonnées d’arg.; au chef d’or, ch. d’une aigle iss. de sa. Brl. de sin. et d’arg. C.: un vol de sin., chaque aile ch. de trois fleurs-de-lis mal-ordonnées d’arg. L. d’arg. et de sin.” De wrong is dus van sinopel en zilver, de dekkleden van zilver en sinopel. Archive.org: armorialgnra02rietuoft, https://archive.org/details/armorialgnra02rietuoft. Voor mal-ordonnées: Woodward en Burnett, Treatise, deel I, glossarium, blz. 477–478, lemma Mal-ordonné, “Said of charges placed one and two”; Rietstaps eigen Dictionnaire (Armorial, deel I) heeft het lemma niet, wel “Mal-gironné”.
  2. 46. A. C. Fox-Davies, The Art of Heraldry. An Encyclopaedia of Armory, Londen 1904, blz. 135 en fig. 310 (Stiermarken: “Vert, a panther argent, armed close, vomiting flames of fire”, naar het titelblad van de Stiermarkse Landhandfeste van 1523, getekend door Hans Burgkmair). Archive.org: artofheraldryenc00foxd, https://archive.org/details/artofheraldryenc00foxd
  3. 50. Rietstap, Handboek der Wapenkunde, 1875, blz. 89–90 (“Het PURPER […] wordt onverschillig als metaal of als kleur gebruikt”; “Onder de oneigenlijke kleuren (Fr. faux émaux) bekleedt het purper den eersten rang”; de verschiet-hypothese, ingeleid met “schijnt”, met “een weerschijn van rood of blaauw”); Rietstap, Armorial Général, deel I, Introduction, blz. X: “Le pourpre et les fourrures se mettent indifféremment sur métal ou sur couleur”; dezelfde hypothese in Rietstap, Armorial Général, deel I, Dictionnaire, lemma Pourpre, waar alleen sprake is van “une nuance tirant sur le rouge” – de blauwe weerschijn geeft alleen het Handboek.
  4. 54. Rietstap, Handboek der Wapenkunde, 1875, blz. 89 (“Buiten de natuurlijke kleur, die van zeer algemeen gebruik is, vindt men deze nevenkleuren slechts enkele malen in Fransche en Engelsche en nog zeldzamer in Nederlandsche wapens”).
  5. 59. Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 74 en 76 (Duitse toevoegingen: bruin, bloedrood, aardkleur, ijzergrijs, waterkleur, vleeskleur, asgrauw, oranje, natuurlijke kleur, elk met een aparte moderne arcering; Engelse arceringen voor tenné en sanguine).
  6. 62. Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 75 (“It will not be found in the very ancient coats of arms, and its use is not to be encouraged”; het helmteken van Lane met het “strawberry roan horse”).
  7. 63. Rietstap, Handboek der Wapenkunde, 1875, blz. 91 (ppr. door Franse heraldici als pourpre misverstaan; Jouffroy d’Eschavannes).
  8. 104. Court of the Lord Lyon, “Blazoning”, courtofthelordlyon.scot/blazoning.htm, geraadpleegd 28 juli 2026 (tincturenlijst; de regel “No metal on a metal, no colours on a colour”; “Proper” omschreven als “the colour in nature”, met als voorbeeld een hertenkop “cabossed proper”).
  9. 105. Rietstap, Handboek der Wapenkunde, 1875, blz. 88 (“Halve of twijfelachtige tinten zouden ineen zijn gevloeid en het onmogelijk gemaakt hebben iets te onderscheiden”; het voorbeeld van de leeuw in zijn geelachtige kleur in een gouden veld; “Men stelde dus als regel vast, dat voorwerpen van eene twijfelachtige kleur die wapenkleur behoorden te dragen, die het naast bij de natuurlijke kwam”; wolf en vos rood of zwart, herten, reeën en najaarsbladeren rood, daken van huizen en kastelen rood, blauw of goud) en blz. 89 (het oordeel over “de Duitschers, die van alle natiën de buitensporigste en onregelmatigste heraldiek bezitten”). HathiTrust: uc1.b2794297, https://babel.hathitrust.org/cgi/pt?id=uc1.b2794297. Tekst en vindplaats zijn ontleend aan de zoekfunctie binnen het boek (zoekterm “natuurlijke kleur”, treffers 108 en 109); de paginascan zelf kon voor dit hoofdstuk niet worden geopend, zodat de spelling van de citaten op de OCR van HathiTrust berust.
  10. 106. Woodward en Burnett, Treatise, deel I, 1896, blz. 111–112 (“COMMON CHARGES, such as birds, beasts, and fishes, flowers, trees, and many other things, are frequently depicted of their natural colours, and are then blazoned ‘proper’”; “In the case of roses, which might be red or white, and yet ‘proper,’ it is usual to specify the tincture, in order that ambiguity may be avoided”) en blz. 440, glossarium, lemma Proper (“Borne of its natural colours (F. au naturel) of flesh carnation”). Archive.org: treatiseonherald01wood, https://archive.org/details/treatiseonherald01wood
  11. 107. Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 86 (“Furs may be placed upon either metal or colour, as may also any charge which is termed proper. German heralds describe furs and natural colours as amphibious”; “It is correct, though unusual, for a charge which is blazoned proper, and yet depicted in a recognised heraldic colour, to be placed upon colour; and where such cases occur, care should be taken that the charges are blazoned proper”).
  12. 108. Woodward en Burnett, Treatise, deel I, 1896, blz. 330–331 (“many Spanish coats effloresced into the landscape style”; “In the coats granted to COLUMBUS and CORTEZ, towns with spires and belfries, and seas strown with palm-clad isles, replace the conventional and more artistic charges which had amply sufficed for earlier times”; Madrid: “Argent, on a mount in base a tree with a bear rampant against its trunk proper, the whole within a bordure azure, charged with seven stars or”; verder de Pescatori van Bologna en Van Buren van Saksen).
  13. 109. Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 87–88 (Franco, later Lopes: “In a landscape field, a fountain, therefrom issuing a palm-tree all proper”; “But landscape has very extensively been made use of in the augmentations which were granted at the end of the eighteenth and beginning of the nineteenth centuries”; “execrable as we now consider such landscape heraldry, it ought not to be condemned in the wholesale manner in which it has been”; “The ‘landscape’ variety of heraldry is more common in Germany than with us”, met een aangehaald oordeel van Ströhl over huismerken).
  14. 110. Ströhl, Heraldischer Atlas, 1899, tekst bij de arceringsplaat, afdeling over de latere schraffuren (“nur hat man später für Braun, Grau u. s. w. noch Schraffuren geschaffen, die aber eine ziemlich überflüssige Bereicherung gewesen sind […] a. Braun, b. Blutrot, c. Erdfarbe, d. Eisengrau, e. Wasserfarbe, f. Fleischfarbe, g. Aschgrau, h. Orange und i. Naturfarbe überhaupt”). Archive.org: hugo-gerhard-stroehl-heraldischer-atlas, tekstbestand Hugo_Gerhard_Stroehl_Heraldischer_Atlas_djvu.txt. Voor het paginavoorbehoud bij dit exemplaar zie noot 95; dezelfde passage in Engelse bewerking bij Fox-Davies, The Art of Heraldry, 1904, blz. 48 en fig. 59.
  15. 111. Rietstap, Handboek der Wapenkunde, 1875, blz. 168 (de morenkop wordt altijd zwart afgebeeld, “hetgeen men hier de natuurlijke kleur (au naturel) noemt”; de negentiende-eeuwse formulering van de omringende zin wordt hier niet overgenomen), blz. 170 (“De MENSCHEN-OOGEN zijn meestal van natuurlijke kleur”; HESHUYSEN, Holland: “In blaauw twee menschen-oogen in natuurlijke kleur, naast elkander”), blz. 118 (een kerkje of kapel in natuurlijke kleur), blz. 146 (een klimmende bever in natuurlijke kleur) en blz. 167 (VON LUZ, VON POTH en CHONOT BONNE DE BRIEL, met Fortuin, Mercurius en Faam in natuurlijke kleur). Vindplaatsen via dezelfde zoekfunctie binnen het boek als in noot 105 (131 treffers op “natuurlijke kleur”).
  16. 112. Hoge Raad van Adel, Jaarverslag 2011, aangeboden als bijlage bij de Kamerstukken, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-167934.pdf, afdeling Wapens (Den Haag: “Bij Koninklijk Besluit van 19 okt. 1954, nr. 21, werd het wapen opnieuw beschreven: In goud een stappende ooievaar van natuurlijke kleur, houdend in deszelfs bek een paling van sabel”; advies Hollands Kroon met ontwerpen waarin een “zeemeermin van natuurlijke kleur” als schildhouder optreedt en met de overweging “Een natuurlijke waterlelie is minder geëigend om als wapenfiguur te gebruiken”), blz. 16 (Zuidplas: “Bij Koninklijk Besluit van 22 maart 2011 […] is aan de gemeente Zuidplas een wapen verleend […] gehouden door twee aanziende leeuwen van natuurlijke kleur staande op een grasgrond van sinopel”) en de bijlage met Limburgse wapens (Kessel, Koninklijk Besluit van 1 oktober 1898, nr. 21, met “aangezicht en handen van natuurlijke kleur”). De OCR van het verslag leest het besluitnummer bij Zuidplas als 10.003625; dat nummer is niet afzonderlijk geverifieerd. Paginacijfers ontbreken in de OCR bij de eerste twee vindplaatsen, zodat daar de afdeling is opgegeven.
  17. 113. Wapenregister van de Vlaamse Heraldische Raad, sarovlaanderen.be/zoeken-3, geraadpleegd 28 juli 2026: Bocholt, 9 mei 1979, “Gedeeld in drieën: 1 van lazuur, met beeltenis van Sint Laurentius van goud, vergezeld van een beuk in natuurkleur […]”, https://www.sarovlaanderen.be/node/1068; Hove, 3 december 1997, “Gevierendeeld 1. en 4. in sinopel drie roskammen van zilver, met steel van goud; schildhoofd: in zilver drie oranjeappels van natuurlijke kleur, gebladerd van sinopel […]”, https://www.sarovlaanderen.be/node/1247; Herman Balthazar, registratienummer 265, 1 maart 2019, “[…] vergezeld van twee bonte ganzenveren van natuurlijke kleur […]”, https://www.sarovlaanderen.be/node/1755. Het register bevat ook wapens van vóór de oprichting van de Vlaamse Heraldische Raad bij decreet van 3 februari 1998; Bocholt en Hove behoren tot die oudere groep, het wapen Balthazar is een verlening van de Raad zelf.
  18. 117. Wikimedia Commons, verdere subcategorieën van Category:Coats of arms by tincture, geraadpleegd 28 juli 2026: Category:Tenné (leather brown in heraldry), vijf bestanden en veertien subcategorieën; Category:Sanguine (dark red in heraldry), elf; Category:Murrey (heraldry), drie en vijf; Category:Orange (heraldry), negen en twee; Category:Céleste (sky blue in heraldry), negen en vijf; Category:Cendrée (gray in heraldry), vijfentwintig en één; Category:Brunâtre (dark brown in heraldry), vijftien en één; Category:Iron (heraldry), drie; Category:Amaranth (heraldry), één; Category:Proper (natural colors in heraldry), twee bestanden en dertig subcategorieën; Category:Carnation (skin color in heraldry), drieëntwintig en zes.

De nootnummers volgen het bronhoofdstuk van het naslagwerk: 06-deel-iii-kleuren-metalen-en-pelswerken.md

Citeer dit lemma als: „Natuurlijke kleur”, in: Heraldische encyclopedie van loeff.nl, https://cms.loeff.nl/heraldiek/element/natuurlijke-kleur/, versie van 11 augustus 2026. Machineleesbare versie: markdown

Gerelateerde lemma’s

De archivaris
Antwoorden met bron en noot
Goedendag. Ik ben de archivaris van loeff.nl en antwoord op grond van de heraldische encyclopedie en de familiedossiers. Waarmee kan ik van dienst zijn?
Wat betekent de kleur groen in een wapen? Waarom zijn er twee wapenbrieven uit 1556? Welk wapen hoort bij mijn achternaam?
Voorproef: de antwoorden zijn voorbeelden uit het naslagwerk. De volledige archivaris volgt bij de livegang.