Heraldiek› Element› Tinctuur› Zeldzame tincturen
Zeldzame tincturen
Buiten de zeven hoofdtincturen kent de literatuur een randgebied van kleuren die Rietstap “nevenkleuren” noemt en waarvan hij vaststelt dat zij buiten de natuurlijke kleur slechts enkele malen in Franse en Engelse en nog zeldzamer in Nederlandse wapens voorkomen (noot 54).
Historische oorsprong en evolutie
vastgelegdBuiten de zeven hoofdtincturen kent de literatuur een randgebied van kleuren die Rietstap “nevenkleuren” noemt en waarvan hij vaststelt dat zij buiten de natuurlijke kleur slechts enkele malen in Franse en Engelse en nog zeldzamer in Nederlandse wapens voorkomen (noot 54).
Hemelsblauw. Hemelsblauw (Frans: bleu-céleste, bleu du ciel) is een lichter blauw naast azuur, vooral bekend uit “landschapswapens” van de achttiende en negentiende eeuw. Dat het werkelijk als zelfstandige tinctuur kon optreden, bewijst het Florentijnse wapen Cinti: gedeeld van azuur en hemelsblauw, met een ster van het een in het ander, een wapen dat door die vreemde combinatie tot de raadselwapens (Frans: armes à enquérir) wordt gerekend (noot 57).
Vleeskleur. De vleeskleur of carnatie (Engels: proper; Frans: carnation; Duits: natürlich) is de vakterm voor de kleur van de onbedekte huid van menselijke figuren; Rietstap acht haar bij gezicht en handen zo vanzelfsprekend dat hij haar in beschrijvingen onvermeld laat (noot 61).
Regels, varianten en regionale verschillen
vastgelegdOranje en tenné. Het Engelse begrippenpaar tenné (Engels: tenné, tawny; Frans: tenné, orangé; Duits: Orangefarbe), een oranjebruine tint, behoort samen met bloedkleur tot de “stains” van de oude Engelse traktaten. Die verbonden er het stelsel van de abatements aan, schandtekens waarmee wangedrag in het wapen zichtbaar zou worden gemaakt. Fox-Davies rekent genadeloos met dat stelsel af: geen enkel voorbeeld van een werkelijk gevoerd abatement is ooit gevonden, en niemand zou zich vrijwillig als dronkaard of echtbreker hebben geafficheerd. Woodward geeft daarbij het oordeel van de Franse jezuïet Claude-François Ménestrier weer, die de abatements “sottises anglaises” noemde (noot 55). Als livreikleur hadden tenné en murrey wel een werkelijk bestaan (noot 56). In Nederland ligt oranje anders: Rietstap acht de oranjekleur “immers hier te lande, als zeer bekend”, maar een vast arceringsteken heeft zij nooit gekregen; het Armorial vermeldt oranje als toevoeging aan het palet zonder algemeen aanvaard streepjessysteem (noot 13). Een zeldzaam continentaal voorbeeld van tenné geeft Woodward met het eerste kwartier van de Pruisische graven Von Bose (noot 57).
Bloedkleur. Bloedkleur (Engels: sanguine, daarnaast murrey; Frans: couleur de sang; Duits: blutrot) is de tweede “stain”, tussen keel en purper in. Ook zij komt vrijwel alleen in de theorie voor; het door zowel Woodward als Fox-Davies aangevoerde werkelijke geval is het Schotse wapen Clayhills of Invergowrie, in het Lyon Register ingeschreven met een schuingedeeld veld van bloedkleur en sinopel, mogelijk een sprekende verwijzing naar kleihellingen [onzeker, door Woodward zelf als gissing gebracht] (noot 58). De Duitse heraldiek onderscheidt een eigen bloedrood met een eigen arcering (noot 59).
IJzerkleur en verwanten. De Duitse heraldiek heeft het palet het verst opgerekt. Fox-Davies somt de moderne Duitse toevoegingen op: bruin, bloedrood, aardkleur, ijzergrijs, waterkleur, vleeskleur, asgrauw en oranje, elk met een eigen jonge arcering die buiten Duitsland nooit is gebruikt (noot 59). Rietstap noemt in het Armorial dezelfde reeks in het Frans, met onder meer couleur de fer en couleur d’acier (noot 2). In het Nederlands vat Steenkamp dit randgebied samen met de opmerking dat er “nog wel enkele andere” kleuren zijn “als purper, bruin, oranje, ijzerkleur e.d., maar die komen zeldzaam voor” (noot 60). Werkelijke voorbeelden blijven curiosa: Woodward verzamelde cendrée (askleur) als sprekend veld van de Beierse familie Aschau, brunâtre (bruinachtig) bij de Silezische Mieroszewsky, en een veld van amarant- of akeleikleur in een Boheems adelsdiploma van 1701 (noot 57).
Beroemde voorbeelden
vastgelegdGoede afbeeldingen: Fox-Davies beeldt de negen latere Duitse arceringen, van bruin tot natuurlijke kleur, af in figuur 36 (noot 115). Op Wikimedia Commons zijn de nevenkleuren als afzonderlijke categorieën uitgewerkt: Tenné (leather brown in heraldry), Sanguine (dark red in heraldry), Murrey (heraldry), Orange (heraldry), Céleste (sky blue in heraldry), Cendrée (gray in heraldry), Brunâtre (dark brown in heraldry), Iron (heraldry) en Amaranth (heraldry), die laatste met één bestand (noot 117).
Noten
- 2. J. B. Rietstap, Armorial Général, tweede druk, deel I, Gouda 1884, Introduction, blz. IX en X (“Lesdits émaux consistent en: 1° deux métaux …; 2° quatre couleurs: gueules, azur, sable, sinople. On y ajoute le pourpre …, et l’orangé …; 3° quelques fourrures”; arceringen; Duitse bijkleuren waaronder couleur de fer en couleur d’acier). Archive.org: armorialgnra01rietuoft, https://archive.org/details/armorialgnra01rietuoft
- 13. Rietstap, Handboek der Wapenkunde, 1875, blz. 90–91 (arceringsrichtingen in het Nederlands; voorstel van Bernd voor oranje en bloedkleur; Rink; Jouffroy d’Eschavannes); Rietstap, Armorial Général, deel I, Introduction, blz. IX (oranje zonder algemeen aanvaard arceringsteken).
- 54. Rietstap, Handboek der Wapenkunde, 1875, blz. 89 (“Buiten de natuurlijke kleur, die van zeer algemeen gebruik is, vindt men deze nevenkleuren slechts enkele malen in Fransche en Engelsche en nog zeldzamer in Nederlandsche wapens”).
- 55. Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 72–73 (murrey/sanguine en tenné als “stains”; abatements “preposterous”, nooit een voorbeeld gevonden); Woodward en Burnett, Treatise, deel I, blz. 66–67, die het oordeel als inschatting weergeeft: “Practically these abatements (‘Sottises anglaises’ is the severe, but not unjust estimate of the learned French writer on blazon, le Père Menetrier) were never in use” – de naam is Claude-François Ménestrier.
- 56. Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 73 (murrey en tenné als livreikleuren; oranjebruine livrei van Lord Fitzhardinge).
- 57. Woodward en Burnett, Treatise, deel I, 1896, blz. 67–68 (Von Bose met kruis van tenné; cendrée bij Aschau; brunâtre bij Mieroszewsky; bleu-céleste bij Cinti, armes à enquérir; amarant 1701; Eisen-farbe in moderne wapens).
- 58. Woodward en Burnett, Treatise, deel I, 1896, blz. 67 (Clayhills of Invergowrie, met de gissing over het sprekende karakter); Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 74 noot (matriculatie circa 1672 in het Lyon Register).
- 59. Fox-Davies, Complete Guide, 1909, blz. 74 en 76 (Duitse toevoegingen: bruin, bloedrood, aardkleur, ijzergrijs, waterkleur, vleeskleur, asgrauw, oranje, natuurlijke kleur, elk met een aparte moderne arcering; Engelse arceringen voor tenné en sanguine).
- 60. Steenkamp, Inleiding tot de Wapenkunde, 1939, blz. 17–18.
- 61. Rietstap, Armorial Général, deel I, 1884, Dictionnaire, lemma Carnation; Rietstap, Handboek der Wapenkunde, 1875, blz. 89 (VLEESCHKLEUR).
- 115. Fox-Davies, Complete Guide, 1909, hoofdstuk VII: figuur 35, het arceringsstelsel voor goud, zilver, keel, azuur, sabel, sinopel en purper, met de aangehaalde Ströhl-passage, en figuur 36, de negen latere toevoegingen (a. bruin, b. bloedrood, c. aardkleur, d. ijzergrijs, e. waterkleur, f. vleeskleur, g. asgrauw, h. oranje, i. natuurlijke kleur), beide blz. 76; figuur 33, het effen hermelijnen schild, blz. 69; en in de afdeling over de pelswerken, blz. 78–83, figuur 28 (het grafbeeld van Godfried Plantagenet, graaf van Anjou, waarop de vairvoering van de mantel zichtbaar is), figuur 37 (wapen van William de Ferrers, graaf van Derby, overleden 1247, naar MS. Cotton Nero D.1, met het golvende oude vair), figuur 38 (wapen van Robert de Ferrers, graaf van Derby, 1254–1265, naar gebrandschilderd glas te Dorchester in Oxfordshire), figuur 39 met de geletterde reeks pelswerken (k vair, l tegenvair, m vair en pal, n vair en pointe of Wogenfeh, o Wechselfeh, p Buntfeh, q potent, r tegenpotent, s verschobenes Gegensturzkrückenfeh), figuur 42 (de ijzeren strijdhoed van de veertiende en vijftiende eeuw) en figuur 43 (het zegel van Chunrad Pellifex, 1329). Archive.org: cu31924029796608, https://archive.org/details/cu31924029796608; het register van het werk geeft “Hatchings, 74, 76”. De figuren 35 en 36 staan ook afzonderlijk op Wikimedia Commons, als File:Complete Guide to Heraldry Fig035.png en File:Complete Guide to Heraldry Fig036.png.
- 117. Wikimedia Commons, verdere subcategorieën van Category:Coats of arms by tincture, geraadpleegd 28 juli 2026: Category:Tenné (leather brown in heraldry), vijf bestanden en veertien subcategorieën; Category:Sanguine (dark red in heraldry), elf; Category:Murrey (heraldry), drie en vijf; Category:Orange (heraldry), negen en twee; Category:Céleste (sky blue in heraldry), negen en vijf; Category:Cendrée (gray in heraldry), vijfentwintig en één; Category:Brunâtre (dark brown in heraldry), vijftien en één; Category:Iron (heraldry), drie; Category:Amaranth (heraldry), één; Category:Proper (natural colors in heraldry), twee bestanden en dertig subcategorieën; Category:Carnation (skin color in heraldry), drieëntwintig en zes.
De nootnummers volgen het bronhoofdstuk van het naslagwerk: 06-deel-iii-kleuren-metalen-en-pelswerken.md